Terug naar nieuwsoverzicht

Als het ‘gewone’ ongewoon is geworden

Psychoses doen zich meestal voor het eerst op jonge leeftijd voor. Daarom besloot het AMC al zo'n 35 jaar geleden de pioniersrol op zich te nemen: er kwam een zorglijn speciaal voor jongeren. Inmiddels volgen zo'n 110 jongeren per jaar het AMC-programma Vroege Psychosezorg. Wij liepen een dagje mee.

Blog

“Deze vrouw vraagt zich af waarom iedereen naar haar kijkt”, wijst psychiater Lieuwe de Haan op het scherm. We zien een ogenschijnlijk alledaagse situatie: een jonge vrouw loopt door een winkelstraat en kijkt achterom. “Ze denkt: ‘Hé, iemand draagt een shirt met het getal negen. Dat is al de zoveelste negen die ik zie vandaag, wat heeft dat te betekenen?’ Het ‘gewone’ is voor haar ongewoon geworden; dat is kenmerkend voor psychoses.”

Hiermee start De Haan vandaag zijn presentatie over psychoses en schizofrenie aan familieleden van nieuwe jonge patiënten van Vroege Psychosezorg. Zo’n twaalf ouders en andere familieleden hebben rond de tafel plaatsgenomen; samen vormen ze een aardige dwarsdoorsnede van de Amsterdamse bevolking. Aan De Haan de taak om hen in de komende anderhalf uur te verduidelijken wat psychoses zijn, hoe en waarom patiënten hun grip op de realiteit kwijtraken, hoe de ziekte kan verlopen en hoe het wordt behandeld. “Ik ga een algemeen verhaal vertellen”, trapt hij af, “met de nadruk op algemeen. Want alle patiënten verschillen.”

Speciaal voor jongeren

Vroege Psychosezorg is een programma voor jonge mensen (16 – 30 jaar) van de afdeling Psychiatrie. De afdeling beschikt hiervoor over acht bedden in de Medium Care-kliniek, een dagbehandeling en het Diagnostisch Centrum. Het programma is ontwikkeld vanuit de gedachte dat een specifiek op jongeren afgestemde behandeling tot betere resultaten zou leiden. Die gedachte heeft zich de afgelopen decennia ruimschoots bewezen: onderzoek bevestigt dat hun kansen aanzienlijk verbeteren als ze samen met leeftijdsgenoten de juiste zorg krijgen.

Als de familieleden het voorlichtingslokaal verlaten, komt verpleegkundige/teamleider Marlies van Harn ons ophalen. “Vaak zijn ouders al twee, drie jaar aan het tobben met hun kind”, vertelt ze terwijl we door de gangen lopen. “Psychoses openbaren zich vaak voor het eerst in de puberteit, maar veel symptomen lijken op pubergedrag. Hun kind trekt zich terug in z’n eigen wereldje, heeft wisselende stemmingen, contacten verlopen moeizaam. Logisch dat veel ouders in eerste instantie reageren met ‘doe nou eens normaal, zet je schouders eronder’.”

De behandeling richt zich in eerste instantie op het stabiel krijgen van de patiënten, met behulp van medicatie en dagstructuur. Daarna verschuift de focus naar het leren omgaan met de ziekte: goed waarnemen wat er gebeurt in je lijf en hoofd, en je handelen daar op leren afstemmen.

 

High five

“Goed gedaan man!” In de patio krijgt patiënt Peter (23) een spontane high five van Van Harn. Glunderend zit hij aan een van de picknicktafels in het winterzonnetje een kop koffie te drinken. Na vier weken behandeling in de kliniek kan hij al de overstap maken naar de dagbehandeling en daar heeft hij hard voor gewerkt. Doorgaans verblijven jongeren zo’n vijf tot zeven weken in de kliniek. Zodra ze stabiel genoeg zijn, kunnen ze vijf (of minder) dagen per week deelnemen aan de dagbehandeling of elders verder worden behandeld.

Groenten

In de hoek van de afdelingsgang is de huiskamer, waar Cyril (18), Hassan (28), Roos (21), Sabrina (16) en Dave (25) in de keuken bezig zijn. Terwijl Cyril deeg kneedt, snijdt Roos rode paprika’s in reepjes. Een gezonde maaltijd leren maken is een belangrijke vaardigheid, die naadloos aansluit bij de leefstijltraining die hierna op het programma staat. Patiënten die te kampen hebben met psychoses, raken vaak hun dagritme kwijt en verwaarlozen hun gezondheid.

Een klein uur later treffen we een deel van de kookgroep plus nog wat jongeren van de dagbehandeling aan in het zaaltje waar de leefstijltraining wordt gegeven. “Wie weet wat ADH betekent?”, vraagt trainer Huib Dirks. “Aanbevolen dagelijkse hoeveelheid”, antwoord Cyril zonder aarzeling. Na wat theorie mogen de jongeren hun mobieltjes tevoorschijn halen voor het spelen van een online quiz, waarin alle pas opgedane kennis nog eens langskomt. Via afbeeldingen van etiketten op voedselverpakkingen rekenen ze bijvoorbeeld razendsnel uit hoeveel zout een pakje soep bevat. Na vijftien vragen is de quiz klaar en komt de score in beeld. “Goed gespeeld allemaal. Stella Bear heeft gewonnen met 12 goede antwoorden”, zegt de trainer. “Wie is dat?” Aarzelend steekt Sabrina haar vinger op.

 

Spanningsregulatie

Ondertussen zet psychomotorisch therapeut Judith de Boer in de sportzaal alvast wat spullen klaar voor de spanningsregulatietraining, die om drie uur start. “Onze patiënten hebben moeite met het focussen van hun aandacht en het loslaten van spanning. Ik leer ze via oefeningen hoe ze hun aandacht op de juiste manier verdelen tussen zichzelf, hun omgeving en de taak waarmee ze bezig zijn.” Klinkt logisch, als je terugdenkt aan de uitleg van psychiater De Haan over de drukke, beangstigende gedachtewereld van de vrouw in de winkelstraat. Maar hoe kun je aandacht trainen?

Dat zien we even later, als de jongeren in de sportzaal na een korte warming up aan de slag gaan met de eerste oefening. Twee banken worden omgekeerd kruislings over elkaar gelegd, zodat er een wip ontstaat. “Het is de bedoeling dat je voetje voor voetje het kantelpunt opzoekt”, legt De Boer uit. “Ondertussen let je goed op wat er in je lijf gebeurt. Wat je ademhaling doet. Waar je spieren zich spannen.”

“Oh nee hoor”, reageert Omar (17) direct, terwijl hij van de groep wegloopt. “Doe ik niet. Dan ga ik vallen.” De Boer: “Dan mag je kijken hoe anderen het doen. Dave, wil jij als eerste?” Rustig praat ze de jongeren één voor één door de oefening heen. “Merk je dat je je vuisten balt? Laat maar los.”

Lotgenoten

Het uur vliegt voorbij. Voor ons zit het programma er voor vandaag op, voor de jongeren bijna. Zij gaan nog een uurtje naar de lotgenotengroep, die in de huiskamer samenkomt. “Voor tieners en adolescenten zijn leeftijdsgenoten immers heel belangrijk”, verklaart verpleegkundige Marlies van Harn. “Hier vinden ze herkenning en leren ze van elkaar.”

Vanwege de privacy zijn namen en omstandigheden aangepast en zijn patiënten op de foto vervangen door stand-ins.

Geïnspireerd geraakt door dit verhaal? Meer informatie over de afdeling Psychiatrie en de openstaande vacatures vind je hier


Foto’s: Mark van den Brink