Terug naar nieuwsoverzicht

Speeddate met lactatiekundige Patricia Knook- de Geus

In Amsterdam UMC hebben we veel verpleegkundig talenten rondlopen. Deze week het verhaal van lactatiekundige Patricia Knook- de Geus die haar werk in Amsterdam UMC combineert met haar eigen praktijk

Blog

Waarom heb je gekozen voor deze specialisatie?

“Zorg rondom borstvoeding is regelmatig een uitdaging. Als verpleegkundige in een derdelijns ziekenhuis had ik vaak te weinig tijd, maar ook te weinig kennis om vrouwen optimaal te kunnen begeleiden.

Ik ben lactatiekundige geworden om bij te dragen aan het gevoel van eigenwaarde van vrouwen en hun partners met betrekking tot het voeden van hun kind, of ze nu borstvoeding of flesvoeding geven. Samen met de patiënt en partner iets belangrijks mogelijk maken, ondanks de onmogelijkheden van de ziekenhuisomgeving en de situatie. Dat vind ik het mooiste aan mijn werk in Amsterdam UMC.”

Wat is de wisselwerking tussen het werk bij Amsterdam UMC en je eigen praktijk?

“Binnen Amsterdam UMC kom ik als lactatiekundige op alle afdelingen waar ouders en kinderen verblijven. Zo kom ik op de neonatologie, bij zieke zuigelingen, op de polikliniek en op de kinder-IC. Het werk is erg divers en afwisselend, maar altijd klinisch. Het gaat om zieke moeders, zieke zuigelingen. In mijn optiek moet een goede lactatiekundige ook buiten deze setting zorg kunnen geven. In mijn praktijk heb ik contact met gezonde zuigelingen en ouders. Op deze manier blijf ik het gezonde gestel zien, wat uiteraard ten goede komt aan de zorg die ik geef in een klinische setting. Andersom heeft dit ook meerwaarde. Vanuit mijn ervaring in het ziekenhuis weet ik hoe te handelen bij problemen en wanneer het belangrijk is om door te verwijzen.”

Welke patiënt is jou het meest bijgebleven?

“Ik heb zorg mogen geven aan een hele sterke vrouw met een cervixcarcinoom tijdens de zwangerschap. Zij koos ervoor om ondanks de behandeling toch borstvoeding te geven. Haar baby werd per sectio geboren, de baarmoeder en tumor verwijderd en ze werd kort daarna bestraald. Om na de bestralingsperiode te kunnen voeden, moest ze de melkproductie blijven stimuleren door dag en nacht te kolven, terwijl de melk werd weggegooid vanwege de medicatie. Wat zij het belangrijkste vond was dat zij ondanks haar ziekte zelf iets kon doen voor haar kind, iets waar haar lichaam goed in was.”

Wil je meer weten over werken in het Emma Kinderziekenhuis? Kijk dan hier.