Terug naar nieuwsoverzicht

Speeddate met verpleegkundige Daphne Broers

In Amsterdam UMC hebben we veel verpleegkundig talenten rondlopen. Deze week het verhaal van Daphne Broers die naast haar als verpleegkundige ook vrijwilliger is bij Stichting Ambulance Wens

Blog

Waarom heb je gekozen voor dit vak en Amsterdam UMC?

“Mijn moeder en zus werkten voor mij al in de zorg en hun verhalen spraken mij altijd aan. Ik heb mijn opleiding op locatie AMC gedaan en ben eigenlijk nooit meer weggegaan. Je moet hier hard werken, maar dat doe ik met veel liefde en plezier. Ik vind elke dag uitdagend. In een perifeer ziekenhuis krijg je veel minder mogelijkheden om met verschillende ziektebeelden om te gaan. Er gebeurt hier altijd veel op de afdeling. Ik ben nog lang niet uitgekeken.”

Welke karaktereigenschappen heb je nodig voor dit werk?

“Je moet niet bang zijn om een stapje harder te lopen en je moet je goed kunnen inleven. Als verpleegkundige ben je de tussenpersoon voor de patiënt richting de arts. Maar je moet vooral veel plezier hebben in je werk, anders houd je het niet vol.”

Wat doet de Stichting Ambulance Wens en hoe ben je gemotiveerd geraakt om je hiervoor in te zetten?

“De Stichting Ambulance Wens rijdt met behulp van 270 vrijwilligers en zeven ambulances door heel Nederland. Zij laten de laatste wensen van immobiele terminale patiënten in vervulling gaan. Ik ben met ze in contact gekomen toen een terminale patiënt van mijn afdeling graag nog eens naar een voetbalwedstrijd van Ajax wilde. Via de wensambulance kon ik het vervoer voor hem regelen. Gemiddeld één keer per maand ben ik nu een hele dag op stap met patiënten die vervoer nodig hebben om een wens in vervulling te laten gaan.”

Welke patiënt van de wensambulance is jou het meest bijgebleven?

“Een mevrouw wilde nog heel graag een rondvaart door Amsterdam maken. Wij zijn met haar meegegaan, maar de rondvaart was al binnen twee uur klaar, terwijl we de ambulance nog de hele dag beschikbaar hadden. We zijn toen ook nog met haar naar Zandvoort geweest en hebben een visje gegeten aan het strand. Ze genoot enorm en we hebben samen de zon onder zien gaan in zee.”